Je dak volleggen? Niet altijd de slimste zet
Een dak vol zonnepanelen klinkt goed, maar 70% van je verbruik opwekken is vaak logischer. Ik leg uit waarom meer niet altijd beter is.

Vorige week bekeek ik een offerte. Een dak vol zonnepanelen. Meer dan zesduizend kilowattuur opwek voor een huishouden dat er 3500 verbruikt. Het leek een topdeal, de eigenaar was enthousiast. Toch moest ik hem een beetje teleurstellen. Want meer is niet altijd beter.
We denken vaak: gooi het dak maar vol. Hoe meer opwek, hoe beter. Maar het knelpunt is niet de opwek. Het knelpunt is wat je met de stroom doet. Straks, zonder salderen, wordt het verschil tussen zelf gebruiken en terugleveren enorm. Daarom is mijn vuistregel simpel. Mik op ongeveer zeventig procent van je jaarverbruik. Dat is vaak de slimste investering.
De logica is eenvoudig. Stroom die je zelf verbruikt, bespaart je de volle mep van de stroomprijs. Zeg, dertig cent per kilowattuur. De stroom die je in de zomer over hebt en teruglevert, brengt straks misschien nog maar vijf of tien cent op. Al die extra panelen die je voor de zomerpiek koopt, verdienen zichzelf dan maar heel langzaam terug. Of helemaal niet.
Natuurlijk is het geen wet. Als je volgende maand een elektrische auto voor de deur zet en over een jaar een warmtepomp installeert, ligt het anders. Dan gaat je verbruik flink omhoog. Maar koop je panelen niet op basis van een toekomstdroom die nog niet concreet is. Je investeert dan in een overcapaciteit die je misschien nooit gaat gebruiken.
Het gaat niet om maximaal opwekken. Het gaat om balans. Een slimme balans tussen wat je dak kan, wat je portemonnee aankan en wat je huis op dit moment écht nodig heeft. Verduurzamen is geen wedstrijdje panelen tellen.