Warmtepomp: kies je een monoblok of een split-uitvoering?
De keuze tussen een monoblok en een split-warmtepomp hangt af van je woning en installatiewensen, met elk type specifieke eisen voor plaatsing en leidingwerk.
Bewoners vragen ons vaak welke warmtepomp het meest geschikt is: een monoblok of een split-uitvoering. Deze keuze is belangrijk, want het beïnvloedt de installatie, de benodigde ruimte en de complexiteit van het systeem. Een monoblok heeft alle componenten, inclusief het koudemiddel, in één buitendeel. Bij een split-systeem is het koudemiddel verdeeld over een buiten- en binnendeel, verbonden door dunne koudemiddelleidingen.
De bouwkundige staat van je woning speelt een grote rol. Zo zien we in onze scans dat woningen uit de periode 1965 tot 1975 vaak een dakoppervlak hebben van 66 tot 92 m² en een geveloppervlak van 110 tot 169 m². Voor woningen uit 1975 tot 1992 is het dakoppervlak vaak 62 tot 133 m² en het geveloppervlak 70 tot 173 m². Bij recentere woningen van 1992 tot 2006 zijn deze oppervlaktes doorgaans groter, met dakoppervlakken van 99 tot 177 m² en geveloppervlakken van 151 tot 244 m². Deze variatie in woninggrootte en bouwjaar heeft invloed op de beschikbare ruimte voor installaties, zowel binnen als buiten.
Een monoblok-warmtepomp heeft als voordeel dat je geen f-gassen gecertificeerde installateur nodig hebt voor de verbinding van koudemiddelleidingen, omdat deze al af fabriek zijn gevuld en gesloten. Dit kan de installatie vereenvoudigen en de kosten drukken. Echter, je moet wel rekening houden met waterleidingen die door de gevel naar buiten lopen, wat bij vorst extra aandacht voor isolatie en eventuele vorstbeveiliging vraagt. De installatie van waterleidingen door de gevel kan een overweging zijn voor de esthetiek en bouwkundige aanpassingen. Bij een split-systeem lopen alleen koudemiddelleidingen door de gevel. Die zijn dunner en eenvoudiger weg te werken.
De complexiteit van je woning, bijvoorbeeld de aan- of afwezigheid van een kruipruimte of de gedetailleerde samenstelling van gevels, is van invloed op de optimale keuze. Een vrijstaande woning uit 1976 kan bijvoorbeeld specifieke uitdagingen hebben met vloerisolatie als er geen kruipruimte is, wat de effectiviteit van bepaalde warmtepomproutes kan beïnvloeden. In dergelijke gevallen is het cruciaal om te overwegen of je bouwkundige aanpassingen wilt doen, zoals het verwijderen van een vloer, om een hogere COP-waarde te bereiken of warmteverlies te beperken. Soms is de meest robuuste installatie de beste.
Waar een monoblok dus eenvoudiger is in de installatie, vraagt het wel meer aandacht voor de waterzijdige aansluiting en eventuele vorstbescherming. Een split-systeem vereist een f-gassen gecertificeerde installateur, maar biedt meer flexibiliteit in de plaatsing van binnen- en buitendeel en heeft minder impact op de bouwkundige schil als het gaat om leidingdoorvoeren. De uiteindelijke keuze hangt dus af van jouw specifieke situatie: de indeling van je woning, de beschikbare ruimte, je budget en je bereidheid tot bouwkundige aanpassingen.
Begin altijd met een grondige analyse van je woning en je warmtebehoefte. Laat je adviseren over de beste plek voor zowel het buiten- als binnendeel en de impact op de isolatie van de leidingen. Voor meer cijfers per woningtype en diepgaande kennis over de effecten van isolatie op je installatiebehoefte, bezoek netzy.nl/kennis.