Is condens aan de buitenkant van nieuw glas een productiefout?
Veel bewoners schrikken wanneer hun nieuwe isolatieglas in het najaar aan de buitenkant beslaat en vragen zich af of de ruit lek is. Deze condensatie bewijst juist dat het glas uitstekend isoleert, doordat er nauwelijks binnenwarmte naar de buitenste glasplaat ontsnapt om het vocht te verdampen.
Heb ik ondeugdelijk glas gekregen, want vanmorgen zaten mijn nieuwe ruiten aan de buitenkant helemaal vol condens? Dat is een vraag die we regelmatig horen van bewoners na het plaatsen van modern hoogrendementsglas. Het antwoord is geruststellend: condens aan de buitenzijde is geen montagefout en geen fabricagefout, maar juist het ultieme bewijs dat je beglazing technisch uitstekend presteert.
Bij oud enkel glas of traditioneel dubbel glas lekte er dag en nacht warmte van binnen naar buiten. Die constante warmtestroom hield de buitenste glasplaat relatief warm, waardoor vocht uit de buitenlucht niet kon neerslaan op het glasoppervlak. Hoogwaardig isolatieglas houdt die warmte vrijwel volledig binnen vast. De buitenste ruit blijft daardoor koud en volgt de buitentemperatuur. Wanneer in het voorjaar of najaar de luchtvochtigheid buiten hoog is en de nacht koud en helder verloopt, koelt de buitenruit af tot onder het dauwpunt. Het vocht in de buitenlucht condenseert dan op het koude glas, precies zoals op het dak van een geparkeerde auto.
Dit natuurkundige effect laat zien dat isolatie altijd reageert op de omgeving. Waar zonnepanelenberekeningen eenvoudiger zijn omdat ze direct gebaseerd zijn op meetbare factoren zoals paneeloppervlakte, zoninstraling en rendement, werkt de thermische schil veel meer in wisselwerking met dynamische weersomstandigheden en het complete geveloppervlak. Het glas gedraagt zich als een barrière die warmteverlies effectief stopt, waardoor de buitenzijde thermisch ontkoppeld raakt van je woonkamer.
In onze scans zien we hoe omvangrijk de geveloppervlaktes zijn waarin dit glas zijn werk doet. Voor woningen uit 1946 tot 1965 zagen we in 67 scans een geveloppervlak van 121 tot 206 m2 en een dakoppervlak van 72 tot 157 m2. Bij woningen uit 1965 tot 1975 toonden 82 scans een geveloppervlak van 110 tot 167 m2 bij een dakoppervlak van 69 tot 94 m2. In de bouwperiode 1975 tot 1992 maten we bij 139 scans 71 tot 180 m2 geveloppervlak en 60 tot 113 m2 dakoppervlak, terwijl woningen uit 1992 tot 2006 in 58 scans uitkwamen op 151 tot 287 m2 gevel en 99 tot 117 m2 dakoppervlak. Een substantieel deel van die gevels bestaat uit raampartijen, en hoe beter die geïsoleerd zijn, hoe vaker je dit fenomeen op koude ochtenden zult zien.
De valkuil zit vooral in het verwarren van de plekken waar vocht neerslaat. Condens aan de binnenzijde van het raam duidt op een te hoge luchtvochtigheid in huis en een tekort aan ventilatie. Condens tussen de twee glasbladen in wijst juist op een lekke afdichting, wat wél een defect is dat onder garantie valt. Buitencondensatie daarentegen is volkomen onschadelijk. Het tast het kozijn of het glas niet aan en verdwijnt vanzelf zodra de ochtendzon doorbreekt of de wind aantrekt.
Maak je dus geen zorgen als je ramen aan de buitenzijde beslaan na een frisse nacht. Het raam droogwrijven heeft weinig zin, omdat het vocht vanzelf oplost zodra de buitentemperatuur stijgt. Zie het als een zichtbare bevestiging dat je gestookte warmte binnenblijft. Wil je meer praktische achtergronden over de schil en isolatie van je woning, kijk dan op netzy.nl/kennis voor verdere toelichting.